Aanvragende partij en partners

Kyambogo University (KYU)

Bukalasa Agricultural College (BAC) TVET​

Consortiumpartners Q-Point

Maastricht School Of Management (MSM)

Inholland University of Applied Sciences (Educational institution)

Ecopolis Europa Private sector

Egerton University – Kenya University

Betrokken partijen

Kyambogo University (KYU) heeft een Departement van Landbouw dat de Bachelor of Vocational Studies in Agriculture with Education (BVS) aanbiedt. Deze afgestudeerden zijn werkzaam als landbouwtrainers en leraren in het BTVET en het secundair onderwijs, en ook in de landbouwsector. Hoewel het BVS-programma jaarlijks ongeveer 200 nieuwe studenten inschrijft, staat het voor organisatorische uitdagingen aangezien de personeelscapaciteit beperkt is (ongeveer 15 docenten), de praktische onderwijs- en opleidingsfaciliteiten en infrastructuur beperkt zijn, en het personeel weinig ervaring heeft met het ontwikkelen en onderhouden van publiek-private partnerschappen op het gebied van landbouwopleiding. De landbouwafdeling streeft naar de ontwikkeling van certificaat-, diploma- en undergraduate-programma’s voor de tuinbouw.

De afdeling levensmiddelentechnologie van de KYU biedt programma’s voor levensmiddelentechnologie en voeding aan op verschillende niveaus, waaronder bachelor, diploma en certificaat.

Bukalasa Agricultural College (BAC) is een instituut dat landbouwonderwijs aanbiedt op een groot aantal gebieden. Het college heeft programma’s op diploma- en certificaatniveau in de disciplines landbouw (gewaswetenschappen), veehouderij, agribusiness, tuinbouw en menselijke voeding. De programma’s omvatten onder meer economie, landbouwvoorlichting, informatica, ethiek en gender en cursussen op maat voor onder meer tuinbouw en duurzame landbouw. Het onderwijzend personeel van het RCB heeft te weinig ervaring in de tuinbouwsector en te weinig bekwaamheid in competentiegericht onderwijs.

Context

Zoals in de meeste Afrikaanse landen is landbouw in Oeganda de belangrijkste economische activiteit, met een aanzienlijke bijdrage aan het BBP en werkgelegenheid voor ongeveer 70% van de bevolking. Toch is 83% van de bevolking minimaal voedselonzeker, zijn de opbrengsten zeer laag en kampt de landbouwsector met talrijke structurele problemen (slechte agronomische praktijken, slechte voorlichtingsdiensten, slechte markt- en marketinginfrastructuur, zwakke producentengroeperingen, slechte coördinatie in de waardeketens, beperkte toegang tot land en productiekapitaal, en gebrek aan zakelijke vaardigheden) en is hij niet in staat de jeugd actief bij de landbouw te betrekken. De 14 agro-ecologische zones (AEZ’s) zijn in verschillende mate kwetsbaar voor klimaatgerelateerde gevaren zoals droogte, overstromingen, stormen, plagen en ziekten. Internationale rapporten over klimaatrisico’s bestempelen Oeganda als een van de meest onvoorbereide en meest kwetsbare landen ter wereld.

De meeste arbeid in de tuinbouwsector wordt verricht door vrouwen in plattelandsgebieden, die toch al gekenmerkt worden door meer gemarginaliseerde groepen in de samenleving. Er bestaat een gebrek aan landbouwopleiding die gericht is op lagere onderwijsniveaus en op vrouwen.

De tuinbouwsector, en dus de arbeidsmarkt (formeel en informeel), richt zich vooral op productie in plaats van op waardetoevoeging en basisproducten, hetgeen ook tot uiting komt in de programma’s voor opleiding, onderzoek en outreach. Aan kwaliteitsnormen voor landbouwgrondstoffen met betrekking tot nationale en internationale eisen wordt in veel gevallen onvoldoende aandacht besteed.

Momenteel zijn de opleidingsinstituten vooral gericht op het onderwijzen van theorie, in plaats van praktische vaardigheden die in de tuinbouwsector nodig zijn, op basis van functieprofielen. In de meeste opleidingsinstituten ontbreekt het nog steeds aan adequate faciliteiten voor praktische opleiding.

Een fundamenteel zwak punt in het landbouwonderwijs is dat de opleiding van beroepsopleiders niet op passende en systematische wijze plaatsvindt. Bovendien hebben leraren in het beroepsonderwijs weinig tot geen industriële ervaring of pedagogische opleiding. Er zijn nauwelijks programma’s beschikbaar voor onder- of ongediplomeerde TVET-leraren en -opleiders en de huidige capaciteit voor lerarenopleiding is niet voldoende om te voldoen aan de enorme vraag naar bijscholing aan vernieuwde TVET-instellingen. Publiek-private partnerschappen in de tuinbouwopleiding en samenwerkend leren tussen TVET en universiteiten moeten worden verbeterd.

Opleidingsbehoeften van de instellingen

De kwalificaties van het personeel van de KYU zijn weliswaar toereikend, maar op individueel niveau zijn meer opleiding, technische tuinbouwexpertise, publiek-private partnerschappen en het gebruik van moderne, praktijkgerichte landbouwopleidingsmethoden vereist.

Samenwerking en structurele interactie met tuinbouwprogramma’s (aan de KYU en aan TVET’s) over waardetoevoeging, voedingsaspecten, fytosanitaire en kwaliteitscontrolemaatregelen voor tuinbouwproducten moeten worden ontwikkeld (integratie van programma’s, delen van onderzoek/innovaties).

Voor BAC is er behoefte aan praktische opleiding van het personeel over technische onderwerpen zoals klimaatslimme landbouw, waardetoevoeging, kwaliteitscontrole en niet-technische onderwerpen zoals agribusiness, beheer van de waardeketen, onderwijs van het personeel als innovator, netwerker en samenwerker.

De curricula van zowel de KYU als de BAC moeten worden gemoderniseerd in termen van arbeidsmarktbehoeften, moderne onderwijsmethoden en publiek-private partnerschappen voor praktische opleiding. Zo is er op onderwijsniveau behoefte aan meer vervolgprogramma’s in onderwijs en opleiding, namelijk korte cursussen en/of postdoctorale kwalificaties.

Projectdoel en outputs

Dit NUFFIC OKP-project is gefocust op capacity building om de tuinbouwsituatie in Uganda te verbeteren. Dit wordt voornamelijk bereikt via capaciteitsversterking op A-TVET-niveau (agrarische beroepsopleidingen).

Het project richt zich op drie belangrijke outputgebieden: curriculumherziening en -ontwikkeling, institutionele capaciteitsontwikkeling aan de Kyambogo University (KYU) en het Bukalasa Agricultural College (BAC) en de oprichting van een triple helix (publiek, privaat en educatie gecombineerd ter bevordering van kennisuitwisseling) tuinbouwinnovatieplatform. De belangrijkste activiteiten van het project zijn leerplanontwikkeling, ontwikkeling van modules, opleiding van docenten in activerende didactiek, versterking van de banden met de tuinbouwpraktijk en stimulering van tuinbouwondernemerschap.

Het project werd uitgevoerd in nauwe samenwerking tussen belanghebbenden in de tuinbouwsector in Uganda, zoals onderwijsinstellingen en vertegenwoordigers van de tuinbouwsector, en een Nederlands consortium dat het A-TVET tuinbouwonderwijs, het hoger onderwijs en het Nederlandse tuinbouwbedrijfsleven vertegenwoordigt.

Het project definieert 5 aandachtsgebieden voor ondersteuning (behoefte aan capaciteitsopbouw), die relevant zijn voor FNS:

  1. Ontwikkeling van bedrijven en waardeketens in de zuivel-, tuinbouw- en aardappelsector;
  2. Creëren van werkgelegenheid;
  3. klimaatvriendelijke landbouw;
  4. Regelgeving inzake kwaliteitscontrole van landbouwproducten;
  5. Noodhulp en ontwikkeling.

Door Q-Point verleende diensten:

Dit project draagt bij aan het verbeteren van onderwijscapaciteit en de opleidingsprogramma’s in de tuinbouw in TVET’s en universiteiten te verbeteren:

  • Tuinbouwcurriculuminnovaties die collaboratief en multidisciplinair leren, gender en inclusiviteit, (toegepast) onderzoek en community outreach in de hele waardeketen ondersteunen. Gericht op TVET’s, universiteiten en belanghebbenden en ondersteuners van de waardeketen.
  • Sterkere deelname van de particuliere sector aan tuinbouwopleidingsprogramma’s op TVET- en universitair niveau; van de ontwikkeling van beroepsnormen, beroepscompetenties en CBET-curricula tot het aanbieden van faciliteiten voor praktische opleiding voor studenten/personeel (satellietprogramma en werkplekprogramma), gezamenlijke levering en financiering van opleidingsprogramma’s en mentorprogramma’s voor jongeren/afgestudeerde starters.
  • Praktische opleiding en leerplaninnovaties over klimaatvriendelijke landbouw, landbouw als bedrijf, ICT en technologische innovaties voor de tuinbouwproductie en waardeketenontwikkelingen om jongeren aan te trekken.

De belangrijkste uitdaging die aangepakt is, is het gebrek aan toegepaste technische en zakelijke vaardigheden van jongeren die in de landbouw willen werken, inde vorm van:

  • Ontwikkeling van praktische opleidingsprogramma’s voor vakmensen op het gebied van sanitaire en fytosanitaire normen en versterking van de vakbekwaamheid van het onderwijzend personeel.
  • Versterking van de samenwerking tussen TVET en universiteiten op lokaal en internationaal niveau (integratie van programma’s); tuinbouwonderzoek van universitair niveau wordt vertaald naar de praktijk op TVET-niveau.
  • Versterking van de tuinbouwonderwijsprogramma’s en de onderwijsvaardigheden (op universitair en TVET-niveau).

Relevante Sustainable Development Goals (SDGs)

De doelstelling en het langetermijneffect van het project zijn als volgt: bijdragen aan het beëindigen van honger (SDG 2). Het langetermijneffect is als volgt gedefinieerd:

  • Ondervoeding verminderen (Bijdragen om 32 miljoen mensen uit de ondervoeding te halen tegen 2030);
  • Landbouwgroei bevorderen (Bijdragen aan een verdubbeling van de landbouwproductiviteit en/of het inkomen van 8 miljoen familiebedrijven tegen 2030);
  • Ecologisch duurzame voedselsystemen creëren (bijdragen tot de omschakeling van 7,5 miljoen hectare landbouwgrond naar duurzaam gebruik tegen 2030).

Opdrachtgever

Gefinancierd door het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken en beheerd door de Nuffic, als onderdeel van het Orange Knowledge Programme, projectnummer OKP-UGA-10021.

Looptijd

Juni 2019 – December 2021

Andere projecten

Meer projecten